(ets op zink, 200 x 300 mm). 5 september 1975.
Prent 3 van de onkruidserie. Centraal in deze zomerprent staat de abdijkerk van Loosduinen.
Rechts staan twee molens uit Kinderdijk. Links het beschermde grasklokje, dat ik, zoals alle plantjes, live direct op de plaat natekende. Van de lichtval maakte ik getekende notities, omdat het wel enige tijd zou duren voordat ik aan de aquatint toe zou zijn. De kruisspin en zweefvlieg, die afsteken tegen de lucht, haalde ik uit mijn achtertuin. Het muizen- en mussenschedeltje op de voorgrond kwamen uit een uilenbal. De sprinkhaan op de voorgrond uit de collectie van het biologielokaal van de Rijksscholengemeenschap. Van de weegbree op de voorgrond heb ik later een bronzen penning gemaakt. Ik deed mijn uiterste best de transparante grasklokjes tegen de witte lucht en de glooiende licht-donker beweging in de voorgrond te realiseren.
Dit vond ik zelf mijn ultieme prent. In 1978 zou ik als afsluiting van de serie zo een hoogstandje nog eens proberen om vervolgens afscheid te nemen van mijn zogenaamde ‘Hollandse periode’.


